Tuesday, January 30, 2007

Chris Potter Underground Quartet

woensdag 31 januari 2007, CC Luchtbal, Antwerpen
Chris Potter, tenor saxofoon, basklarinet;
Craig Taborn, Fender Rhodes;
Adam Rogers, gitaar;
Nate Smith, drums.

Dit enige concert in België is de afsluiter van de Europese 'Underground' tournee van de 36-jarige Chris Potter.
Sinds zijn afstuderen in 1993 in Manhattan heeft hij met een indrukwekkende rij topmuzikanten en groepen meegespeeld en wordt één van de beste saxofonisten van dit moment genoemd. Zo speelde hij ondermeer met de Mingus Big Band, Paul Motion, Ray Brown, Jim Hall, James Moody, Mike Mainieri en vele anderen. Naast zijn lidmaatschap van de groep van Dave Douglas speelde hij ook met Steve Swallow's Trio. Chris Potter verwierf een ijzeren reputatie als super(side)man door zijn optreden als stersolist in het kwintet van Dave Holland. Sinds 2001 toert hij met zijn eigen formatie.

Chris Potter zegt zelf: “My aesthetic is based in Bird and Lester Young and Sonny [Rollins]. I want my music to have that emotional impact. What I learned from them in terms of phrasing, sound, approach to rhythm will never be outdated. I would like to basically use the same aesthetic sensibility with more contemporary harmonic and rhythmic concepts, being influenced by classical, world music, funk, rock, rap, country, whatever...digesting new ideas, new influences to keep the freshness alive.”

Het concert opent stevig met het titelnummer van zijn in 2006 verschenen CD Underground. Het optreden levert een boeiende afwisseling tussen groovy en hoekige ritmes en bijna altijd een leidende rol voor de tenorsaxofoon. Deze wordt één keer omgeruild tijdens het bijna mystieke en oosters getinte Celestial Nomad voor de prachtig klinkende basklarinet. Kenmerkend in deze bezetting is het ontbreken van een echte bas. Een echt gemis is dat helemaal niet, want de baslijnen worden veelal door de excellent spelende Craig Taborn op de Fender opgevangen. Ook gitarist Adam Rogers speelt vaak een belangrijke rol in de ritme-sectie. Rogers die een halve dag langer in zijn hotel in Parijs is gebleven in verband met ziekte speelt het optreden grotendeels zittend op een stoel. En dat het leven van een muzikant uit veel reizen en hotels bestaat wordt geïllustreerd door Next Best Western, geschreven op de kamer van een minder plezierig hotel.
Dit optreden en daarmee de Europese toernee wordt afgesloten met Billy Strayhorns ballad Lotus Blossom.

Klik hier voor een fotoverslag.

Friday, January 26, 2007

Take Your Clothes Off When You Dance

The Ed Palermo Big Band plays the music of Frank Zappa
De eerste CD van the Ed Palermo Big Band CD tikte ik in 2005 op de kop op een platenbeurs. Ik was onder de indruk van Palermo’s orchestrale interpretaties van de werken van Frank Zappa (geboren op 21 december 1940 in Baltimore, overleden op 4 december 1993 in Los Angeles). De CD dateert van 1996 en is niet meer te verkrijgen. Op deze CD speelden naast de vaste bandleden ook gastmuzikanten als Mike Keneally, Mike Stern, Bob Mintzer en Chris Potter mee.
Ed Palermo is vanaf zijn veertiende helemaal idolaat van Frank Zappa! En inmiddels speelt de in 1954 geboren alt-saxofonist, arrangeur en muzikaal leider met zijn Big Band al bijna 15 jaar uitsluitend arrangementen van zijn held. Zij treden regelmatig op in New York . In 2002 speelden zij op de Zappanale in Duitsland. Gisteren kreeg ik de tweede CD van The Ed Palermo Big Band in huis.

Take Your Clothes Off When You Dance
De tweede CD bevat 8 arrangementen van werken van Zappa. De CD klinkt eigenlijk vowassener dan de eerste en biedt mooie strakke arrangementen. En er is voldoende ruimte voor alle muzikanten om solistisch "hun ding" te doen.
De CD opent met het klassieke
RDNZL waarin maar liefst 5 soli (van altsaxofonist Ed Palermo, trombonist Charles Gordon, pianist Bob Quaranta, toetsenist Ted Kooshian en drummer Ray Marchica) zijn opgenomen. De originele versie van het titelnummer van de CD dateert uit de dagen van de Flower Power. De meest oorspronkelijke versie staat op de Zappa-LP We're Only In It For The Money uit 1968. In Palermo's swingende uitvoering krijgt het een prachtige salsa bewerking. Met de titel in gedachten kan ik me er de mogelijke video-beelden bij bedenken. "There will come a time when everybody who is lonely will be free to sing & dance & love......." en het nummer eindigt vervolgens met de tekst ".....there will come a time when you can even take your clothes off when you dance." Het nummer Sleep Dirt is één van mijn favoriete nummers met een hoofdrol voor Phil Chester op sopraansaxofoon. Het levert een meeslepend muziekstuk op met een door het orkest geleverde onderhuidse spanning. In Gumbo Variations Zappaiaanse gitaarsolo van Carl Restivo. In het dubbelarrangement Mom and Dad/Oh No herleeft het tijdperk van de hippies in San Francisco en de generatiekloof: "It's such a drag to have to love a plastic Mom & Dad". De CD met Palermo's bewerkingen voor big band van Zappa is een aanrader voor Zappa- en jazzliefhebbers. De oorspronkelijke muziek van Frank Zappa zelf heeft vreemd genoeg nooit een breed jazzpubliek aangetrokken. Een concert van Frank Zappa tijdens het North Sea Jazz Festival had niet misstaan. Het zal er helaas nooit meer van komen. Maar je kunt altijd Ed Palermo uitnodigen!!
  1. RDNZL
  2. Take your Clothes Off When You Dance
  3. Dwarf Nebula Processional March & Dwarf Nebula
  4. Pound For A Brown On The Bus
  5. Sleep Dirt
  6. Gumbo Variations
  7. Mom And Dad/Oh No
  8. Moggio

Bezetting:
Paul Adamy: elektrische basgitaar; Bob Quaranta: piano; Ray Marchica: drums; Ted Kooshian: keyboards; Cliff Lyons: alt saxofoon, klarinet; Phil Chester: alt- en sopraan saxofoon, fluit, piccolo; Bill Straub: tenor saxofoon, klarinet; Ben Kono: tenor saxofoon, fluit; Barbara Cifelli: bariton saxofoon; Charles Gordon: trombone; Joe Fiedler: trombone; Matt Ingman: bass trombone; Ronnie Buttacavoli: trompet; John Hines: trumpet; Carl Restivo: zang, gitaar; Ed Palermo: arrangeur, alt saxofoon.

Website Ed Palermo Eddy Westveer

Tuesday, January 23, 2007

Benjamin Herman Quartet “The Itch”

zondag 21 januari 2007, Porgy en Bess, Terneuzen



Benjamin Herman, altsaxofoon;
Anton Goudsmit, gitaar;
Ernst Glerum, bass;
Joost Kroon, drums.




Het is tweeduizendzeven, geniet van het leven!
Dat is dan ook precies wat er gebeurt op het podium. Er wordt veel plezier gemaakt en dat enthousiasme slaat over op het publiek.
Benjamin Herman speelt met zijn quartet één van de laatste concerten van zijn VPRO/Boy Edgar Prijs Tour. Je zou kunnen zeggen dat de heren muzikanten ondertussen heel goed op elkaar ingespeeld zijn. Een gevoel dat het concert routineus wordt afgewerkt krijg je echter zeker niet mee.
Bandleider, arrangeur, componist, saxofonist Benjamin Herman schotelt een consistente hutspot van diverse muziekstijlen voor. Blues, bop, ballad, avantgarde, improvisaties, foxtrot, ‘cocktailjazz’ worden op natuurlijke manier afgewisseld en leveren een spannend en boeiend programma. De meeste muziek is afkomstig van zijn CD “The Itch”. Een van de eerste nummers heet Arachibutyrophobia. De titel staat synoniem voor de ziekelijke angst dat pindakaas aan je verhemelte blijft kleven. De fobie levert in ieder geval een mooi uptempo nummer op met mooie sax- en drumsoli en een diende rol (als klevende pindakaas?) van bass en gitaar.
Het wondermooi uitgevoerde nummer Left Shoe, Right Shoe is een compositie van Ernst Glerum en laat horen hoe een balad moet klinken. Pianist/bassist Ernst Glerum bespeelt zittend strijkend en plukkend zijn contrabas. Via zijn website kun je overigens een aantal prachtige filmpjes zien waarin de schoonheid van vorm en geluid van zijn instrument tot uiting komt (Woody Exterior , Woody Exterior).
Gretsch uit 1953
Do the roach is een blues geschreven voor guitarist Anton Goudsmit. De zeer beweeglijke Anton Goudsmit heeft op het podium duidelijk fysiek de meeste ruimte nodig. Op sommige momenten lijkt hij zelfs in gedachten boven het podium uit te stijgen als hij de snaren van zijn Gretsch uit 1953 laten gieren en snerpen.

Het stuk M.M., opgedragen aan Misha Mengelberg, biedt ruimte voor improvisatie en overtuigend slagwerk. Met stokken, brushes, handen, voeten en ellebogen bespeelt Joost Kroon alle kanten van het 4-delige drumstel. Een bassdrum, snaredrum, hihat en een crashbekken: meer is er niet nodig!

Would I love you, love you, love you is een serieuze slijper voor op de dansvloer. Voor Benjamin Herman roept het de beelden op van een naar liefde hunkerende Doris Day toen zij dit nummer ooit zong met het orkest van trompettist Harry James. Bij het als toegift afsluitende The Itch deelt de Boy Edgar Prijs winnaar 2006 een recente persoonlijke droomervaring met het publiek. Het nummer wordt opgedragen aan collega Candy Dulfer.

Photo Search by Google

On Flickr you can find more of my photos
Google

Contact

Quotes

  • "Jazz is not dead, it just smells funny!" (Frank Zappa)

North Sea Jazz Festival 2006

North Sea Jazz Festival 2006
Leela James